logo 's-Gravendeel

Digitaal dorp
's-Gravendeel

Alles over 's-Gravendeel...

Hoofdstuk 1 Doctoraalscriptie "De vlasserij in 's-Gravendeel"

Inhoudsopgave Volgende

 

1 Inleiding

In schoolboekjes stond vroeger het volgende raadsel:

Toen ik jong was en schoon
Droeg ik een blauwe kroon
Toen ik oud was en stijf
Sloeg men mij op het lijf
En toen ik genoeg was geslagen
Werd ik door keizers en koningen gedragen. (1)

Wie weet nog dat de oplossing van dit raadsel vlas is? Wie kent nog de termen repelen, roten, braken en zwingelen, processen die nodig waren om het vlas tot grondstof voor linnen te bewerken? Toch zijn de vlasteelt en vlasbewerking (2), die gezamenlijk als vlasserij worden aangeduid, belangrijk geweest in Nederland. Rond 1870 was de export van vlas economisch bijna even aanzienlijk als die van boter. (3)

Voordat vlas tot linnen kon worden verwerkt moest het vlas worden bewerkt. Als het vlas rijp was, werd het vlas ontdaan van de zaadbollen (repelen). Vervolgens moest de vezelachtige bast worden gescheiden van het houtige deel van de stengel.

In het eerste deel van dit scheidingsproces werden de stengels aan een  rottingsproces (roten) onderworpen, waardoor de vezels los op het hout kwamen te liggen. Na het drogen werd het houtige stengeldeel geknikt (braken) en door slaan van de vezels verwijderd (zwingelen). De vezels werden dan gekamd en tot bossen gebonden. De bossen bewerkt vlas, het vlaslint, vormden de grondstof voor linnengaren, dat tot linnen werd geweven.

Oorspronkelijk bloeiden de vlasteelt en de vlasbewerking als huisindustrie op de zandgronden in Oost-Nederland. In de eerste helft van de achttiende eeuw verschoof de vlasteelt en de vlasbewerking naar de vruchtbare zeekleigrond in het westen en noorden van Nederland. Vooral op de Zuid-Hollandse eilanden, met name op IJsselmonde, Putten en in de Hoeksche Waard, vond na 1750 een sterke opbloei plaats in de vlasbouw en het vlasbedrijf als landbouwnijverheid.

In deze inleiding zal ik verder achtereenvolgens aandacht besteden aan de aanleiding voor het onderzoek, de vraagstelling, de operationalisering daarvan, de afbakening van het onderwerp en de gebruikte bronnen.

1.1 Aanleiding voor het onderzoek en vraagstelling

Behalve Dirk Damsma en Leo Noordegraaf, die onderzoek hebben gedaan naar de vlasserij op de Zuid-Hollandse eilanden, wordt in de literatuur weinig aandacht besteed aan deze omvangrijke plattelandsnijverheid in Zuid-Holland. In twee artikelen besteden de auteurs vooral aandacht aan Hendrik-Ido-Ambacht, gelegen op het eiland IJsselmonde. (4)

Mijn speciale aandacht gaat uit naar 's-Gravendeel, gelegen in het oostelijk deel van de Hoeksche Waard, een eiland in de provincie Zuid-Holland. Ongeveer zes jaar geleden heb ik in dit deel van de Hoeksche Waard het huis gekocht van een voormalig vlasser op de Schenkeldijk, een buurtschap van 's-Gravendeel. (5) Dicht bij mijn huis staat de voormalige Coöperatieve Warmwatervlasroterij 'Schenkeldijk', waar de vlasvezels werden losgeweekt van de vlasstengel.

In 1950 was ongeveer dertig procent van de vlasroterijen en de helft van de zwingelturbines in Nederland in 's-Gravendeel gevestigd. Maar in het begin van de jaren zeventig was de vlasserij geheel verdwenen uit 's-Gravendeel. (6)  Dit alles prikkelde mijn nieuwsgierigheid naar de geschiedenis van het vlas in 's-Gravendeel, dat door de eeuwen heen bekend heeft gestaan als een vlassersdorp.

Over dit belangrijke centrum van de vlasnijverheid in het oosten van de Hoeksche Waard, is weinig geschreven. A.C. de Zeeuw heeft in zijn boek ruimschoots aandacht besteed aan 's-Gravendeel, maar daarin ligt het hoofdaccent op de vele bewerkingen, die het vlas moet ondergaan voordat het vlaszaad veranderd is in het halffabrikaat vlaslint. (7) Ook in de overige literatuur is relatief veel aandacht aan het bewerkingsproces besteed.

De economische betekenis van de vlasserij wordt wel behandeld in de literatuur, maar het aggregatieniveau is Nederland of de Nederlandse provincies. Er is te weinig specifieke aandacht voor de Hoeksche Waard, in het bijzonder voor 's-Gravendeel, ondanks zijn grote betekenis voor de vlasserij. Bovendien is de aanwezige informatie zeer versnipperd in diverse publicaties te vinden.

Een goed beeld van het economisch belang van het vlas voor 's-Gravendeel is niet eenvoudig te vormen. Het sociale en culturele aspect van deze landbouwnijverheid is nog veel minder aan bod gekomen in de literatuur. Naar mijn mening verdienen deze aspecten dan ook zeker de aandacht. Over enige jaren zullen er geen mensen meer zijn, die uit eigen ervaring kunnen vertellen over de vlasteelt en de vlasbewerking in 's-Gravendeel. Daarom is het interessant om het volgende na te gaan:

Wat is de economische, sociale en culturele betekenis geweest van de vlasteelt en vlasbewerking voor 's-Gravendeel vanaf de achttiende tot en met de twintigste eeuw?

1.2 Operationalisering van de vraagstelling

Voor een goed begrip van de vlasserij zal ik in het tweede hoofdstuk aandacht besteden aan de vlasteelt en het bewerkingsproces van het vlas. In dit hoofdstuk komt ook de mechanisering van de vlasserij aan bod. Om de vlasserij van 's-Gravendeel in een groter verband te plaatsen wordt in hoofdstuk drie de vlasteelt en de vlasbewerking in Europa en Nederland bekeken. Maar de economische, sociale en culturele aspecten van de vlasteelt en vlasbewerking van het dorp 's-Gravendeel vormen de belangrijkste onderwerpen van mijn onderzoek. De economische aspecten zullen in het vierde hoofdstuk worden besproken en in het vijfde hoofdstuk worden de sociale en culturele aspecten behandeld.

Binnen het economische aspect zijn een aantal deelvragen interessant: Wat is het economische belang geweest van de vlasteelt en de vlasbewerking voor 's-Gravendeel? Welk aandeel had de vlasserij in 's-Gravendeel in de totale Nederlandse vlasindustrie? Wanneer waren de hoogtepunten en de dieptepunten van de vlasteelt en vlasbewerking? Wat waren de oorzaken van opkomst, bloei en neergang? Hoeveel mensen vonden werk in de vlasserij? Waar vonden de vlassers en vlasarbeiders werk na de neergang van de vlasindustrie?

Het onderzoek zal zich uitstrekken vanaf het begin van de achttiende eeuw, de tijd van de opkomst van de vlasserij in Zuid-Holland, tot en met de twintigste eeuw, wanneer de vlasserij gaandeweg de eeuw nagenoeg is verdwenen.

Bij het sociale aspect gaat het om de volgende deelvragen: Wat waren de arbeidsomstandigheden? Hoe waren de arbeidsverhoudingen tussen vlassers en vlasarbeiders? In welke mate waren de vlasarbeiders afhankelijk van de vlassers? Was er sprake van een sociaal bewustzijn onder de vlasarbeiders?

Bij het culturele aspect ten slotte zal ik nagaan hoe het met het vlasonderwijs en de vakbekwaamheid was gesteld. Bovendien zal ik onderzoeken of er culturele uitingen te vinden zijn, waarin de vlasserij tot uitdrukking komt.

1.3 Afbakening van het onderwerp

Voor de afbakening van het onderwerp zal ik de termen vlasteelt en vlasbewerking, gezamenlijk vlasserij genoemd, nog even kort omschrijven. Onder de vlasteelt wordt de teelt en de oogst van vlas verstaan. De bewerkingen, die nodig zijn om van vlas vlaslint te maken, zijn repelen, roten, braken, zwingelen en opmaken. Het vlaslint uit 's-Gravendeel werd grotendeels geëxporteerd naar het buitenland. Mijn onderzoek zal dan ook de verwerking van het vlaslint tot linnen in spinnerij en weverij buiten beschouwing laten, omdat dit buiten het bereik van dit onderzoek valt.

Voor de duidelijkheid is ook een plaatsbepaling van 's-Gravendeel nog nodig. Het dorp 's-Gravendeel is een landelijke gemeente in het oosten van de Hoeksche Waard, een Zuid-Hollands eiland omringd door het water van de Oude Maas, de Dordtsche Kil, het Spui, het Hollandsch Diep en het Haringvliet (zie kaart in hoofdstuk vier).

1.4 Bronnen

De vragen naar de economische, sociale en culturele betekenis van de vlasteelt en de vlasbewerking in 's-Gravendeel zijn beantwoord met behulp van literatuuronderzoek, archiefonderzoek en door het afnemen van mondelinge interviews met open vragen.

Mijn zoektocht naar literatuur ben ik begonnen in de bibliotheek van de Eramus Universiteit in Rotterdam en heb ik vervolgd in de bibliotheken van de Landbouwuniversiteit Wageningen en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Via internet heb ik verschillende bibliotheken en databestanden geraadpleegd, maar dit leverde geen nieuwe literatuurverwijzingen op.

Mijn pogingen om de markt voor linnen, dus de consumptiekant van het vlas, in kaart te brengen hebben niets opgeleverd. Zoals in latere hoofdstukken zal blijken werd het vlaslint grotendeels uitgevoerd naar België, Groot-Brittannië en Duitsland. Boeken over de vraag naar vlaslint in die landen in de onderzochte periode heb ik merkwaardig genoeg niet gevonden. De serie boeken over de techniek in Nederland in de twintigste eeuw leverde jammer genoeg geen informatie over de toepassing van mechanische werktuigen in de vlasindustrie, deze gegevens heb ik uit diverse publicaties bij elkaar gesprokkeld. (8)

Een bezoek aan het Streekmuseum Hoeksche Waard in Heinenoord en het Vlasmuseum in Kortrijk (België) waren nuttig om, via de tentoonstellingen, een beeld van vroeger tijden te krijgen. Tijdens mijn eerste bezoek aan het archief van het Streekmuseum in Heinenoord had ik het grote geluk om mevrouw W. van Velsen, een lid van de Historische Vereniging in 's-Gravendeel, tegen te komen. Mevrouw van Velsen was bezig met zoeken naar gegevens over 's-Gravendeel, waar onder alle vermeldingen in het Nieuwsblad gewijd aan de belangen van de Hoeksche Waard en IJselmonde. Ik heb dankbaar gebruik mogen maken van haar gevonden gegevens over vlas in 's-Gravendeel.

Mijn bezoek aan de Historische Vereniging van 's-Gravendeel was ook zeer vruchtbaar. Niet alleen heb ik via de heer J. Schouwenburg namen en adressen van oud-vlassers en oud-vlasarbeiders gekregen, maar ook mocht ik van hem het volledige archief van de Coöperatieve Warmwatervlasroterij 'Schenkeldijk' mee naar huis nemen, een blijk van groot vertrouwen!

Dit bleek een onschatbare vondst, omdat er geen andere archieven van vlasserijen in 's-Gravendeel bewaard zijn gebleven, behalve enige gegevens van de Gebr. G. en P.J. Visser. Deels zijn de archieven verwoest met de watersnoodramp in 1953 of in de Tweede Wereldoorlog, deels zagen de vlassers het belang van een archief niet in.

Het archief van de gemeente 's-Gravendeel heeft ook veel gegevens opgeleverd, deels ook weer dankzij het monnikenwerk van mevrouw van Velsen, die brievenboeken van verschillende burgemeesters van 's-Gravendeel op de band insprak en thuis uitwerkte en waar ik weer dankbaar gebruik van mocht maken.

Niet alle bezoeken aan archieven leverde werkelijk iets op. Zo verwachtte ik in het Gemeentearchief van Rotterdam informatie te vinden, omdat daar vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw de vlasbeurs was gevestigd. Dit bleek niet het geval te zijn. Ook de bezoeken aan het Gemeentearchief van Dordrecht en de Kamer van Koophandel in Rotterdam hebben weinig opgeleverd.

Voor de interviews heb ik aan de oud-vlassers en oud-vlasarbeiders een brief gestuurd met een korte uitleg over mijn onderzoek en de vraag om daaraan mee te werken. Dit leverde alleen maar enthousiaste reacties op en erg leuke en leerzame gesprekken. Ik ben de heren C. den Boer, J. v.d. Hoek, S.J. Huisman, A.B. de Jong, J. de Koning, J. Kranendonk, C.S. van der Linden, A. de Man, C. Robbemont, L. Verdonk, A.B. Verhoef, C. Visser, G.P. Visser en H. Visser dan ook zeer erkentelijk voor hun kennis en informatie.

Leidraad bij de interviews waren de deelvragen, zoals die hierboven zijn geformuleerd, die als open vragen met vrije antwoordmogelijkheden aan de geïnterviewden zijn voorgelegd. Afhankelijk van de functie en de kennis van de persoon ben ik ingegaan op specifieke situaties. Met deze wijze van interviewen heb ik geprobeerd zoveel mogelijk recht te doen aan de kennis en meningen van de geïnterviewde personen en een levendig gesprek te krijgen. Naar mijn mening is dat gelukt.

Na het afnemen van de interviews met behulp van een cassetterecorder heb ik de interviews uitgewerkt, wat overigens veel meer tijd kostte dan van te voren gedacht, en vervolgens gecodeerd aan de hand van de inhoudsopgave van mijn onderzoek. Deze codering heb ik ook toegepast op de gevonden literatuur en de informatie uit het archiefonderzoek.

Via de heer A.B. de Jong heb ik ook een klein archief van de Vlasscheven-Combinatie en via de heer G.P. Visser heb ik enige historische gegevens van de Gebr. G. en P.J. Visser gevonden. Van de heren A.B. de Jong en C.S. van der Linden heb ik foto's mogen gebruiken.

Over het bewerkingsproces en de economische beschrijving van de vlasserij in Europa en Nederland was genoeg informatie aanwezig in de gevonden literatuur, zodat voor dit deel van het onderzoek kon worden volstaan met het analyseren van de vakliteratuur.

Over het aandeel van 's-Gravendeel in de Nederlandse vlasindustrie was zeer beperkt informatie te vinden in de literatuur. Hiervoor was het bovengenoemde archiefonderzoek de belangrijkste bron. Vooral de brievenboeken van oud-burgemeesters van 's-Gravendeel, de interviews en het Nieuwsblad gewijd aan de belangen van de Hoeksche Waard en IJselmonde (kortweg Nieuwsblad) waren onmisbaar om een goed beeld te krijgen van de plaatselijke economische situatie in 's-Gravendeel.

Het sociale deelonderzoek is voornamelijk door archiefonderzoek en via mondelinge interviews nagegaan, aangevuld met literatuuronderzoek. Een belangrijke bron voor dit deel van het onderzoek was de heruitgave van de enquête betreffende werking en uitbreiding der wet van 19 september 1874 (Staatsblad no. 130) en naar den toestand van fabrieken en werkplaatsen, die Jacques Giele in zijn boek 'Een kwaad leven'van commentaar heeft voorzien.

De invloed van de vlassers is afgemeten aan de mate van bestuurlijke invloed op het leven van de vlasarbeiders. Nagegaan zal worden of de vlassers ook zitting hadden in het bestuur van gemeente, de armbesturen en dergelijke instanties. Om de omvang van sociaal bewustzijn te bepalen is de mate van lidmaatschap van vakorganisaties onderzocht. Eventuele arbeidsonrust, stakingen of oproeren zijn achterhaald uit het Nieuwsblad en het archief van de gemeente 's-Gravendeel. De culturele aspecten komen uit de interviews en uit 's-Gravendeelse publicaties.

De beantwoording van de probleemstelling en haar deelvragen via bovengeschetste weg zal een goed beeld moeten kunnen geven van de betekenis van het vlas voor 's-Gravendeel. Natuurlijk is het onmogelijk alle relevante informatie te vinden en te gebruiken, op een gegeven moment moet je de knoop doorhakken, stoppen met het verzamelen van gegevens en gaan schrijven…