logo 's-Gravendeel

Digitaal dorp
's-Gravendeel

Alles over 's-Gravendeel...

Bijlage 17 Doctoraalscriptie "De vlasserij in 's-Gravendeel"

Vorige Inhoudsopgave  

 

Bijlage 17 Woordenlijst(1)

Aangenomen werk Werk verrichten tegen een bepaalde, tevoren overeengekomen prijs die per gemet of per schrank is vastgesteld.
Afval Verzamelnaam voor de afvalproducten van alle bewerkingen. Hiertoe behoren bolkaf, scheven, lokken, snuit enzovoort.
Akkerwinde Een veel in vlas voorkomende slingerplant.
Biesband Bindtouw gevlochten uit biezen. Later vervangen door sisal.
Binder
  1. Iemand die vlas bindt.
  2. Een bindapparaat.   
Blauwbloei Verzamelnaam voor alle blauwbloeiende rassen vlas.
Blauwroot Vlas dat in een sloot of put onder modder is geroot en waarbij het lint blauwachtig van kleur is geworden. Andere naam voor modderroot of slootroot.
Bollen Het huisje waarin het lijnzaad zich bevindt.
Bolkaf De gebroken zaakhuisjes waarin het lijnzaad heeft gezeten.
Bollenbreken Het kapot maken van de zaadknoppen om het zaad eruit te kunnen verwijderen.
Bollenbreker Instrument waarmee de bollen worden gebroken.
Boot Een bosje vlas van twee handvollen met een gewicht van ongeveer één kilo, zoals ze na het repelen werden gebonden om in de sloot te worden geroot.
Bos Een samengebonden hoeveelheid vlas in gerepelde of gerote toestand.
Braak Een machine waarin, tussen in elkaar grijpende tandrollen, de houtachtige stengel van de plant in kleine stukjes wordt gebroken.
Braken De houtachtige stengels van het vlas met behulp van een braak breken.
Bunder Andere naam voor hectare.
Dauwroot De pectine tussen lint en stengel doen oplossen door schimmelbacteriën die tot ontwikkeling komen als het vlas op de grond wordt uitgespreid en aan de inwerking van mist, regen en zon wordt blootgesteld.
Dode harrel Een verwelkingziekte waarbij de stengel geheel of gedeeltelijk afsterft en die gewoonlijk optreedt kort voordat het gewas rijp is.
Duivel Een machine waarin de laatste bruikbare, korte vezels uit de scheven worden gehaald.
Gaar Noemt men het vlas als het rotingsproces ver genoeg is voltrokken, de pectine zover is opgelost, dat lint en stro zich gemakkelijk van elkaar laten scheiden.
Gemet Oude vlaktemaat, ongeveer 3/7 hectare.
Hand Om de lengte van het vlas aan te geven drukt men zich uit in handen. Een hand is ongeveer tien centimeter.
Hekel Plankje, bezet met spijkers waar het gezwingelde vlas door wordt getrokken, om knopen eruit te verwijderen.
Hok De kegelvormige hokjes waarin het vlas na het roten wordt opgesteld om te drogen.
Houtpijp Houten gedeelte van de vlasstengel.
Kafmolen Molen waarin het zaad van kaf wordt gezuiverd.
Lijnzaad Vlaszaad.
Lint De geheel gezuiverde vezel, het eindproduct van de vlasbereiding.
Lokken Afvalproduct van het zwingelen: korte en zwakke vezels die bij deze bewerking uit het vlas worden geslagen.
Lokkenboer Iemand die lokken opkoopt om ze verder te zuiveren tot spinbaar lint.
Lokkenschudder Onderdeel van de turbine, bestaande uit een voortdurend bewegend spijkerbed dat daardoor de scheven uit de lokken schudt.
Modderroot Het roten onder modder. Zie blauwroot.
Monstersteen Steen vlas die mee naar de markt werd genomen als monster van een partij vlas.
NAK Nederlandse Algemene Keuringsdienst, een rijksdienst die de kwaliteit van het zaaizaad controleerde.
Opboten Het binden van het vlas na het repelen.
Pectine De slijmerige kleefstof waarmee het lint aan het stro zit gekleefd.
Perceel Een stuk grond met vlas.
Plukken Het rijpe vlas uit de grond trekken.
Repel Een instrument bestaande uit een aantal dicht naast elkaar opgerichte ijzeren pinnen in een houten voetstuk dat men gebruikt bij het ontzaden van vlas.
Repelen Met behulp van een repel de zaadknoppen van het vlas verwijderen.
Repelmachine Machine voor het ontzaden van vlas.
Rigazaad Andere naam voor het uit Rusland en de Baltische staten afkomstige tonnezaad.
Rolbraak Een machine waarin de houtachtige stengel van het vlas tussen tandrollen gebroken wordt. Opvolger van de handbraak.
Roten Het proces waarbij de pectine tussen vezel en stro van de vlasplant wordt opgelost.
Roterij De plaats waar het vlas in water van ongeveer dertig graden wordt geroot.
Schelf Een in de open lucht opgestapelde stapel vlas, om het tegen weersinvloeden te beschermen.
Scheven De gebroken houtstengel van het vlas.
Schrank Samengebonden hoeveelheid ongerepeld vlas met een omtrek van ongeveer 55 centimeter.
Slagzaad Minderwaardig, niet volgroeid of voor de uitzaai afgekeurd lijnzaad, dat naar de olieslagerijen gaat.
Slootroot Vlas in de sloot roten. Zie blauwroot.
Snuit Afval van het hekelen en opmaken van het gezuiverde vlaslint.
Steen Een in de top spits toelopende en in de voet breed uitlopende samengebonden bundel vlaslint, met (vroeger) het precieze gewicht van 2,82 kg.
Stofafzuiger Installatie boven de zwingelturbine die het bij braken en zwingelen gevormde stof wegzuigt en naar een stofkamer dirigeert.
Stofkamer Een afgetimmerde ruimte waarheen de afzuiging het stof dirigeert en waar de kleine vezeltjes in achterblijven terwijl de rest de lucht in gaat.
Strovlas Vlas in gerepelde toestand. Ook vlasstro.
Tonbraak Zie rolbraak.
Tonnezaad Het vroeger algemeen als zaaizaad gebruikte Russische en Baltische lijnzaad, ook Rigazaad genoemd.
Turbine Machine waarin het gerote vlas achter elkaar wordt gebraakt en gezwingeld. In de volksmond tribune of tribuun genoemd.
Vlasboer Iemand die voor eigen rekening vlas teelt en bewerkt.
Vlasbrand Ziekte voorkomend in vlas, veroorzaakt door een woekerzwam in de grond, waardoor de plant kleiner blijft en de blaadjes van onder af verdorren en afvallen.
Vlasser Iemand die vlas bewerkt of laat bewerken.
Vlasroest Een vlasziekte veroorzaakt door een zwam, waarbij bruinevlekken op de vezel ontstaan, die ook later op het lint zichtbaar zijn en waardoor het op die plaatsen zwak is.
Vlasserij
  1. Teelt en bewerking van vlas.
  2. Bedrijf dat zich daarmee bezighoudt.
Vlasstro Zie strovlas.
Warmwaterroot Roten in warm water.
Witbloei Witbloeiende vlassoort.
Zaaiviool Instrument voor het zaaien van vlas.
Zaadbol Huisje, boven aan de stengelvertakkingen, waarin het zaad zit.
Zaadmolen Zie bollenbreker.
Zaaizaad Zaad dat gebruikt wordt om verder te telen.
Zwingelbord De opstaande plank met inkeping waarlangs men het vlas tegen de spanen houdt.
Zwingelen De houtachtige delen uit het vlaslint verwijderen.
Zwingelkeet Houten keet achter de boerderij waar ’s-winters het vlas gezwingeld werd.
Zwingelkooi Klein schuurtje waarin men vroeger zwingelde.
Zwingelmolen Een door een trapinstallatie of elektriciteit aangedreven wiel met tien tot twaalf plankjes (spanen), waarmee men het vlas van houtdeeltjes zuivert.
Zwingelspaan De plankjes aan de molens die de scheven uit het lint slaan.

Spreekwoorden en gezegden (2)

't Is hier goed om vlas te zaaien Wordt gezegd als in een gezelschap niemand spreekt.
Men kan van alle vlas geen goed garen spinnen Alle hout is geen timmerhout.
Dat vlas is niet te spinnen Daarmee is niets te beginnen.
Vlas(achtig) haar Lichtblond haar.
Vlasbaard Eerste baardharen; melkmuil.
Vlasblond Een haarkleur als rijp vlas.
Iemand een vlassen baard aandoen Iemand op schijnheilige wijze bedriegen.
Op iets vlassen Er met gespannen verwachting, sterk verlangend begerig naar uitzien.
Blus de rokende vlaswiek niet uit (Jes. 42:3) Doof de ijver niet waar die zich toont.
Iemand, iets over de hekel halen Iemand, het op scherpe, onbarmhartige, vaak kwaadwillige wijze bespreken, beoordelen.
Met zijn gat op een hekel zittten Ongedurig zijn, zich in een hachelijke toestand bevinden.